Connect
To Top

Tik ‘m aan ouwe

Ik ga altijd naar de top. Het allerhoogste punt. Pas dan ben ik tevreden. Falen is geen optie. En boven wacht mij een schat en Petrus die roept “Tik ‘m aan ouwe!” Toch?

Ik dronk afgelopen maandag koffie met een goede vriend. We wisselden vakantieverhalen uit. Hij las m’n laatste Runner’s High-column. “Leuk. Maar niet zo goed geschreven hoor.” En hij mag dat zeggen want hij is zelf gezegend met ‘n heerlijke (vaak venijnige) pen. “De passie en drama waarmee jij me nu vertelt over dat wel of niet omdraaien op die berg, ik lees ‘m niet.” Nou vriend. Een groots schrijver word ik niet maar dit komt wel uit het uiterste en hoogste puntje van m’n pen en hart:

Het is een rare tik. Ik heb ‘m sinds ik begin jaren ’90 voor het eerst een snowboard onderbond. Waar ik ook kom, ik wil zo snel mogelijk naar het hoogste punt. Met de auto, fiets of de lift en als het nodig is nog een laatste stuk te voet. Het zal je niet verbazen dat deze tik ook is overgeslagen naar m’n trailrunning-trips. En zo dus ook in Zwitserland een kleine maand terug. Ik moest en zou naar het puntje van de Piz Minschun. Een regulier wandelpad was er niet maar er liep weldegelijk een stippellijntje op de kaart, precies op de bergkam naar de uiterste top. Voor mij zeker een haalbare klim, aldus de locals.

Waarom? Daarom!
En dus daar ging ik. Gekleed op de weersomstandigheden van m’n vertrekpunt op 1.600m. Een waterig zonnetje en een kleine 20 graden. Korte broek, shirt, stokken, een hoofdband voor het zweet en de rugzak vol met water. Op naar de hoogste top. Over waarom ik die rare ‘naar de top’-drang heb, dacht ik op dat moment zeker niet na. Later wel. Want wat is het dan? Heeft het iets te maken met bewijsdrang? De Facebook-foto en likes die het oplevert? Een dieper verstopte frustratie over en compensatie van m’n geringe lengte? Iets met Freud? Afgetopt met de soms lastige ADD-achtige eigenschap dat als ik iets écht wil en eenmaal zo’n ‘dingetje’ of belofte aan mezelf heb, me er ook tot het irritante aan toe aan wil houden? Enfin, daar ging ik. Op naar de top. Maar dan ook echt de top. Dus ook dat laatste smalle stukje, met links en rechts een steile wand omlaag.

De eerste twintig kilometers waren pittig. Niet door de klim maar door de hoogte. Minder zuurstof, sneller moe. Vermoeid kwam ik aan bij een geweldig bergmeer. Even bijkomen, een Born-gelletje erin en de Scarabee-buff omtoveren van zweetband in muts. Vanuit hier keek ik tegen de bergwand van de Piz Minschun. Ik keek naar de top. Oef, best steil, best ver nog. Maar ik had de tijd. En moest naar de top. Ik moest naar de uiterste top.

Alpenkraai
Tja, daar stond ik dan een flinke tijd later. Ongeveer halverwege de laatste klim. Het pad (in hoeverre je daar tot dan toe van kon spreken) was ik kwijt. De stapels van steentjes die steeds zo handig de weg wezen (Dank voor de tip Harrie!) had ik al een uur niet meer gezien. Dit leek meer op steile wand-beklimmen dan op trailrunnen en ik vroeg me af hoe ik hier later überhaupt zonder glijpartijen beneden zou komen. Om de setting nog wat dramatischer te maken begon er een soort van aasgier boven me te cirkelen. Wat later overigens een – niet imposant klinkend maar best grote – alpenkraai bleek te zijn. Ik begon me niet zo goed te voelen. Angst? Hoogte? Vermoeidheid? Maar ik moest naar de top.

Bijna boven. Bijna afvinken dat hoogste punt. Nog steeds dacht ik niet aan de redenen waarom ik dit eigenlijk deed. Want leuk was het niet meer. Maar ik dacht er niet aan. En ik dacht ook niet aan m’n vermoeide benen, het slechter wordende zicht, de koudere wind die opstak en m’n zwaardere ademhaling. Ik dacht maar één ding. Ik moest naar de top. Dat allerlaatste puntje.

Het hoekje om
Het laatste stukje. Ik moest letterlijk ‘om een hoekje’ klimmen en klauteren om aan de achterzijde van de berg en de top te komen. Of dit de reguliere route was wist ik niet, of dat hoekje om veilig was betwijfelde ik. Maar ik deed het. Ik moest dat hoekje om. Dan nog een vlakker stuk over de bergkam met links en rechts een afgrond. En dan nog een klein klimmetje naar het uiterste puntje. Ik was er bijna. Ik ging het redden. Ik voelde me niet goed maar ging het redden. En toen ging ik dat hoekje om.

BAM. Aan de andere kant van de berg had de wind vrij spel. Harde, koude wind. IJzel. En ineens een potdichte mist. IJskoude vingers. Ze konden nog net m’n iPhone bedienen om te kijken waar ik nu precies was. En hoe ver ik nog moest. Naar de top. Want daar moest ik heen. Damn. Geen GPS meer. Geen bereik. Een vervelende tinteling in m’n hoofd.

“Maar ik moet door naar de top.
Ik moet naar de top.
Ik ga hier verdomme niet een paar meter voor de top omdraaien.
Ik ben toch geen mietje.
Ik ga altijd naar de top. En nu dus ook.
Pas dan ben ik tevreden.

Falen is geen optie.
Ik moet.
Ik…”

En toen het besef. Het gaat niet om wat ‘ik moet’. M’n jongste zoon was jarig. Die verjaardag zou ik gaan vieren en ik was al veel langer weg dan ik gepland had. Het zal hem echt een worst wezen dat ik tientallen meters voor de top ben omgedraaid. Het zal eigenlijk iedereen een worst wezen. Er stond daar boven heus geen Petrus of Heidi op me te wachten om m’n rare afwijking te belonen met een ‘Tik ‘m aan ouwe!’ Wie hield ik in godsnaam voor de gek? Het duizelde. Van de stress dat ik iets ging doen wat ik echt niet wilde; omdraaien? Of van de stress dat ik iets persé moest doen van mezelf; doorlopen? Doorlopen! Doorlopen? Zonder zicht? Met ijskoude handen? En wat zou er na die handen onderkoeld raken? Maar ik moest. Ik MOEST. Ik draaide om.

Of de keuze voor het omdraaien kwam uit angst of dat m’n verstand die vervelende tik heeft overwonnen? Ik weet het niet. Ik weet wel dat ik twee dagen later bij m’n volgende trailrondje besloot om niet alsnog naar die uiterste top te gaan. Ook al was het mooi weer. Ik heb ‘m afgevinkt, die Piz Minschun. Een bergje dat niet eens mee mag doen als ie in Tibet zou liggen. Dat bergje met z’n meertje en z’n venijnige punt. Ik heb je afgetikt ouwe. Net-niet op het hoogste punt. Het was goed zo. Het was tijd voor een nieuwe top. Alwaar ik vernederd werd door een Libelle. Maar dat is weer een ander verhaal.

[sws_grey_box box_size=”100%”] Love what you are reading? Volg Runner’s High op Twitter, Facebook of Google+ en ontvang iedere dag looptips, inspiratie én natuurlijk de allerlaatste columns van Anton-Jan.[/sws_grey_box]

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe jouw reactie gegevens worden verwerkt.

More in Column

Runner's High maakt gebruik van cookies. Door de site te gebruiken, ga je hiermee akkoord. Meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten